Rack jobbing volgens de regels van de kunst.

Rack jobbing volgens de regels van de kunst.

Rack jobbing

Producten op een doordachte manier een mooi uitstalleven geven. Rekken vullen met visie, dat is in een notendop wat een rack jobber doet. Rack jobbing? De vertaling van de Engelse term spreekt voor zich: werk maken van merken in, om en bij de winkelrekken. Ervoor zorgen dat de producten daar optimaal uitgestald zijn, een goede uitstraling hebben én een vlotte schap rotatie kennen. Zullen we een geheim verklappen? Alles op alles zetten, om op de shelves zo’n dynamiek te creëren en te houden, daarin is ShopTalk verrekt goed. Een efficiënte schapinrichting heet dat dan. Van de opmaak van een schappenplan tot en met het plaatsen en bijwerken van producten en bijhorend POS-materiaal. Bij een regelmatige store visit volgen we de goederen op en vullen ze aan. Een update wekelijks, dagelijks, … Zeg het maar.

11 tips voor een optimale schap rotatie:

 

  1. Orde en netheid: het hoeft geen betoog dat een net verzorgde, bijna millimeter nauwkeurig afgelijnde opstelling een compleet andere sfeer oproept geeft dan een wanordelijke boel.
  2. Imposant is interessant: een groot volume van eenzelfde artikel maakt indruk en trekt aan.
  3. Blokvorming: producten die per categorie gegroepeerd zijn, maken het de klant gemakkelijker om terug te vinden.
  4. Less is more: een grote hoeveelheid van een succesvol artikel, nodigt vaak meer uit dan een beperkte stock van een uitgebreid gamma. Een te ruim aanbod leidt tot keuzestress of zogenaamde ‘kiespijn’.
  5. Attractief door kleuren: contrast en afwisselende kleuren brengen de klant in een andere stemming dan een sober chic of massief geheel. Datzelfde geldt  voor de uitstraling van een  ton-sur-ton opstelling.
  6. Prijs & product: zijn de juiste schap- en prijskaartjes aanwezig? Een juiste productinfo en duidelijke prijsvermelding wekt vertrouwen. Als de klant meteen weet waar het over gaat en ziet wat het artikel kost, zal hij sneller beslissen over de aankoop dan bij giswerk.
  7. Facing & fronting: lege plekken of gaten in de presentatie geven een onverzorgde en onrustige look. Daarom horen producten altijd mooi vooraan op de schappen te staan (fronting) met de etiketten en merknaam netjes naar voor gericht (facing). Zo’n opstelling zorgt naast een professioneel en verzorgd uitzicht ook voor snelheid en winkelgemak.
  8. Voorraadbeheer: een uitgekiend voorraadbeheer, voorkomt lege ruimtes of shelves. Bovendien raken goed draaiende producten zo niet out-of-stock en zijn er geen of weinig vervallen artikelen.
  9. First In, First Out (FIFO): aandacht voor de houdbaarheid en de versheidsdatum. Goederen staan gerangschikt volgens datum. Hoe langer ze meegaan, hoe verder gestald. Hoe korter naar de vervaldag toe, hoe meer vooraan op het schap.
  10. Actualiseren: verandering van spijs doet eten. Een regelmatige aanpassing of update van het assortiment houdt de aandacht van de klant. Slecht verkopende artikelen of producten die seizoensgebonden zijn maken plaats voor nieuwe of krijgen een andere/betere plaats in de shop.
  11. POS- materiaal: communicatiedragers langs de looproute van de klant stimuleren de (ver)koop. Vlaggen, pumptoppers, banners, windmasters, schapwobblers, folderdisplays en andere product- en prijscommunicatie trekken de aandacht.